Omzendbrief over de gevolgen van de prijsstijgingen en de voorraadtekorten van pur-en pirisolatiematerialen.

Op 22 september 2017 is de omzendbrief over de gevolgen van de prijsstijgingen en de voorraadtekorten van pur-en pirisolatiematerialen afgekondigd.

Deze omzendbrief is van toepassing op de overheidsopdrachten die de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest gunnen, alsook op de overheidsopdrachten die het Vlaamse Gewest en de Vlaamse Gemeenschap subsidiëren. Dit evenwel met uitzondering van de overheidsopdrachten in het kader van PPS of DBFM(O) en opdrachten die zijn gepubliceerd vanaf 30 juni 2017 of waarvoor deelnemers vanaf die datum zijn uitgenodigd om zich kandidaat te stellen dan wel over te gaan tot het indienen van een offerte.

U treft de omzendbrief hier.

Voor meer informatie hierover kan u steeds terecht bij Equator advocaten.

Artikel in vastgoedflitsen over aandachtspunten bij commercieel vastgoed

Prof. dr. mr. Nicolas Carette schreef samen met Benoit Stockman (Retail Estates) een bijdrage in Vastgoedflitsen van 15 september, getiteld: “Commercieel vastgoed. Waarop letten bij verkoop en verhuur?”.

Daarin wordt ingegaan op enkele aandachtspunten voor makelaars bij bemiddeling inzake commercieel vastgoed.

Voor meer informatie over dit onderwerp: nicolas.carette@eqtr.be

Equator verzorgt twee bijdragen in het Jaarboek Overheidsopdrachten 2016-2017

Prof. Dr. Mr. Steven Van Garsse en Mr. Simon Verhoeven hebben beiden een bijdrage verzorgd in de jubileumeditie van het Jaarboek Overheidsopdrachten. Het jaarboek bestaat vandaag tien jaar.

Steven Van Garsse heeft een artikel geschreven over de verplichting inzake overheidsopdrachten om energie-efficiënte aankopen te doen. Omdat deze verplichting blijkbaar minder bekend lijkt in de praktijk en mogelijk zelfs ‘vergeten’ lijkt te zijn, wordt in deze bijdrage stilgestaan bij wat deze verplichting juist inhoudt.

Simon Verhoeven heeft de nieuwe bepaling in de nieuwe wetgeving overheidsopdrachten becommentarieerd volgens de welke het voor partijen (zowel langs publieke als private zijde) in principe verboden is om na de sluiting van een raamovereenkomst tot deze overeenkomst toe te treden. Daarbij wordt tevens onderzocht in de mate dat dergelijk verbod reeds van toepassing was onder de oude wetgeving overheidsopdrachten.

Zie:

  • S. VAN GARSSE, “De vergeten verplichting: energie-efficiënt aankopen”, in C. DE KONINCK, P. FLAMEY, P. THIEL en B. DEMEULENAERE (eds.), Jaarboek Overheidsopdrachten 2016-2017, Brussel, EBP, 2017, 641-650.
  • S. VERHOEVEN, “Gedaan met de shopcultuur? Het verbod op post factum-toetreding tot raamovereenkomsten in de nieuwe wet overheidsopdrachten van 17 juni 2016 (en de huidige wet van 15 juni 2006 (?))”, in C. DE KONINCK, P. FLAMEY, P. THIEL en B. DEMEULENAERE (eds.), Jaarboek Overheidsopdrachten 2016-2017, Brussel, EBP, 2017, 611-640

Voor meer informatie inzake overheidsopdrachten:

steven.vangarsse@eqtr.be

simon.verhoeven@eqtr.be

Artikel 57 van de Concessiewet nu al gewijzigd

Op 11 augustus 2017 is de wet van 31 juli 2017 houdende diverse financiële en fiscale bepalingen en houdende maatregelen inzake concessieovereenkomsten in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. U treft de wet hier. Deze wet bevat ook een wijziging aan artikel 57 van de Concessiewet van 17 juni 2016. Deze bepaling machtigt de Koning om de algemene uitvoeringsregels omtrent de concessies (waaronder de regels inzake onderaanneming, het nazicht op het ontbreken van uitsluitingsgronden bij onderaannemers, de regels inzake wijziging van de concessies in uitvoering en de regels inzake het einde van de concessie) vast te leggen.

Wanneer de Koning van deze bevoegdheid gebruik maakte, middels het KB van 25 juni 2017 betreffende de plaatsing en de algemene uitvoeringsregels van de concessieovereenkomsten, merkte de Raad van State in zijn advies van 13 juni 2017 op dat de redactie van het oorspronkelijke artikel 57 van de Concessiewet tot rechtsonzekerheid kon leiden. De bepaling liet immers veel ruimte voor interpretatie. Hoewel uit de verhouding met richtlijn 2014/23/EU kan worden geargumenteerd dat de zinsnede “de door Hem te bepalen concessies” enkel betrekking heeft op “het nazicht op het ontbreken van uitsluitingsgronden in hoofde van de onderaannemers”, valt deze reikwijdte onvoldoende af te leiden uit de tekst. De Raad adviseerde om deze betrokken wetsbepaling daarom bij de eerste gelegenheid het best kan worden aangepast om aan die rechtsonzekerheid een einde te maken. Van deze gelegenheid werd gebruik gemaakt bij de wet van 31 juli 2017.

Artikel 57 van de Concessiewet luidt ingevolge de wijziging thans als volgt:

“Art. 57, §1. Voor de concessies die worden geplaatst door aanbestedende overheden en overheidsbedrijven in het kader van hun taken van openbare dienst in de zin van een wet, een decreet of een ordonnantie bepaalt de Koning de algemene uitvoeringsregels, met inbegrip van de regels inzake onderaanneming en, voor de door Hem te bepalen voormelde concessies, de regels inzake het nazicht op het ontbreken van uitsluitingsgronden in hoofde van de onderaannemers alsook de regels omtrent de wijziging van concessies gedurende de looptijd ervan en de bepalingen omtrent het einde van de concessie.

Voor de door Hem te bepalen concessies als bedoeld in het eerste lid, kan de Koning:

1° de keten van onderaannemers beperken overeenkomstig de door Hem te bepalen nadere regels;

2° de voorwaarden inzake de erkenning van aannemers overeenkomstig de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken en haar uitvoeringsbesluiten uitbreiden naar alle onderaannemers van de keten.

Voor de concessies die worden geplaatst door personen die bijzondere of exclusieve rechten genieten of door overheidsbedrijven wanneer deze laatste niet optreden in het kader van hun taken van openbare dienst in de zin van een wet, een decreet of een ordonnantie, bepaalt de Koning, op het vlak van de uitvoering, de regels inzake wijzigingen aan de concessie, onderaanneming en de bepalingen omtrent het beëindigen van de concessie.

§2. Concessies kunnen slechts worden gewijzigd in de door de Koning bepaalde gevallen en volgens de door Hem te bepalen voorwaarden en nadere regels.”

Deze bepaling voorziet dus in een verduidelijking en een concretisering van de aspecten die moeten worden geregeld door de Koning.

De overeenstemming met de Europese richtlijn 2014/23/EU wordt verduidelijkt. Daarbij moet er worden gewezen op het feit dat personen met bijzondere of exclusieve rechten in de speciale sectoren vandaag in het kader van overheidsopdrachten niet zijn onderworpen aan de algemene uitvoeringsregels vervat in de AUR (KB van 14 januari 2013). Hetzelfde geldt voor overheidsbedrijven voor opdrachten die geen betrekking hebben op de taken van openbare dienst in de zin van een wet, een decreet of een ordonnantie. Deze werden in het verleden aangeduid als de private speciale sectoren.

Net als in het kader van overheidsopdrachten zouden de concessies in de private speciale sectoren op het vlak van de uitvoering slechts moeten worden onderworpen aan een beperkt stelsel van regels. De achterliggende idee daarbij is om zich (slechts) te conformeren naar de Europese richtlijn 2014/23/EU. Deze richtlijn bevat namelijk slechts een beperkt aantal bepalingen die gedeeltelijk betrekking hebben op aspecten van de uitvoering van de concessieovereenkomsten, met name inzake de onderaanneming, de wijzigingen aan de concessie en specifieke gronden voor beëindiging van de concessie. Deze liggen vervat in de artikelen 42 tot en met 44 van de richtlijn 2014/23/EU.

Het is dus om bovenvermelde redenen dat het nieuwe artikel 57 Concessiewet voorziet in een meer concrete, weze het meteen beperkte machtigingsbepaling aan de Koning op het vlak van de uitvoering voor de private speciale sectoren.

Deze bepaling is, retroactief, in werking getreden op 30 juni 2017, zijnde de dag van inwerkingtreding van de Concessiewet van 17 juni 2016.

Brussel – Antwerpen, 11 augustus 2017

Prof. Dr. Mr. Steven Van Garsse

Mr. Simon Verhoeven

Voor meer informatie inzake concessies:

Steven.vangarsse@eqtr.be

simon.verhoeven@eqtr.be

Omzendbrief van 10 juli 2017 met betrekking tot de strijd tegen de sociale dumping bij overheidsopdrachten en concessieovereenkomsten gepubliceerd

Op 17 juli 2017 werd de omzendbrief van 10 juli 2017 met betrekking tot de: “Strijd tegen de sociale dumping bij overheidsopdrachten en concessieovereenkomsten” in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Middels deze omzendbrief wenste de Ministerraad te verduidelijken dat de strijd wordt aangebonden tegen de sociale dumping in voormeld kader. Daartoe wordt er voorzien in een Charter en een Gids die een aantal aanbevelingen en voorschriften bevat. De tekst van deze omzendbrief met het Charter vindt u hier en de Gids vindt u hier.

De Ministerraad rekent er namelijk op dat de federale aanbestedende overheden in die strijd een voorbeeldfunctie vervullen. Zo verbinden de federale aanbestedende overheden zich ertoe elke inschrijver voor overheidsopdrachten en concessies te sensibiliseren voor de strijd tegen sociale dumping en zien zij er nauwlettend op toe dat de regels inzake milieu, sociaal en arbeidsrecht worden nageleefd.

De vizieren van de federale aanbestedende overheden worden hiermee op scherp gezet en het bereik daarvan beperkt zich niet tot de inschrijvende onderneming, maar ook tot diens onderaannemers. Er wordt met andere woorden van iedereen verwacht dat ze mee de strijd aanbinden tegen sociale dumping.

Deze omzendbrief, met bijhorende Charter en Gids, kadert in de nieuwe reglementering overheidsopdrachten die op 30 juni laatsleden in werking is getreden en die, ingevolge de Europese Richtlijnen 2014/23/EU, 2014/24/EU en 2014/25/EU, verscheidene bepalingen introduceerde in het kader van de strijd tegen sociale dumping. Deze nieuwe teksten zijn in wezen een herhaling, maar ook op sommige punten ook een verduidelijking van de verplichte en facultatieve uitsluitingsgronden die werden opgenomen in de nieuwe overheidsopdrachtenwet van 17 juni 2016. Deze omzendbrief lijkt de federale aanbestedende overheden dan ook vooral te willen wijzen op het belang van deze bepalingen door deze extra in de verf te zetten en er bijkomende toelichting bij te verschaffen.

Brussel – Antwerpen, 8 augustus 2017

Prof. Dr. Mr. Steven Van Garsse

Mr. Simon Verhoeven

Voor meer informatie inzake overheidsopdrachten:

steven.vangarsse@eqtr.be

simon.verhoeven@eqtr.be

KB inzake de plaatsing en de algemene uitvoeringsregels van concessies voor diensten en werken gepubliceerd

Vandaag, op 29 juni 2017, is het KB van 25 juni 2017 betreffende de plaatsing en de algemene uitvoeringsregels van de concessieovereenkomsten gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Dit Koninklijk Besluit bevat de regels inzake de plaatsing van concessies voor werken en diensten, alsook de algemene uitvoeringsregels omtrent dergelijke concessieovereenkomsten en regelt ook de inwerkingtreding van de nieuwe concessiewet van 17 juni 2016. De tekst van het KB vindt u hier.

Dit KB betreft het laatste wapenfeit in de race van de wetgever om alle nodige uitvoeringsbesluiten vast te stellen en te publiceren opdat de nieuwe regelgeving inzake overheidscontracten (overheidsopdrachten én concessies voor werken en diensten) op 30 juni 2017 in werking zou kunnen treden. Amper een dag na de publicatie zal dit KB reeds morgen, op 30 juni 2017, in werking treden. Op grond van dit KB zullen alle concessies voor werken en diensten aangekondigd vanaf 30 juni 2017 of waarvoor vanaf die datum een uitnodiging tot indiening van een offerte of een aanvraag tot deelneming is verstuurd onderworpen zijn aan de concessiewet van 17 juni 2016.

Prof. Dr. Mr. Steven Van Garsse

Mr. Simon Verhoeven

Voor meer info omtrent de nieuwe regelgeving inzake concessieovereenkomsten:

steven.vangarsse@eqtr.be

simon.verhoeven@eqtr.be    

Laatste spurt voor inwerkingtreding nieuwe regelgeving overheidsopdrachten is genomen: Koninklijk Besluit tot wijziging van de Algemene Uitvoeringsregels Overheidsopdrachten (AUR) gepubliceerd

Vandaag, op 27 juni 2017, is het KB van 22 juni 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken en tot bepaling van de datum van inwerkingtreding van de wet van 16 februari 2017 tot wijziging van de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De tekst van dit KB vindt u hier. Dit Koninklijk Besluit brengt verschillende inhoudelijke en formele wijzigingen aan de Algemene Uitvoeringsregels Overheidsopdrachten (de “AUR”; het KB van 14 januari 2013”) naar aanleiding van de nieuwe wet overheidsopdrachten van 17 juni 2016 (nieuwe regels inzake het leerstuk van de “wijziging van de opdracht”, onder meer naar aanleiding van de Pressetext-rechtspraak; nieuwe regels inzake de strijd tegen sociale dumping, etc.). Tevens voorziet dit KB wanneer de wet van 16 februari 2017 tot wijziging van de wet rechtsbescherming overheidsopdrachten van 17 juni 2013 (wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten) in werking treedt, namelijk 30 juni 2017.

Dit KB samen met het geheel aan nieuwe wetgeving overheidsopdrachten, zijnde:

  • Wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten
  • Wet van 16 februari 2017 tot wijziging van de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten
  • KB van 18 april 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren
  • KB van 18 juni 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de speciale sectoren
  • KB van 22 juni 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken en tot bepaling van de datum van inwerkingtreding van de wet van 16 februari 2017 tot wijziging van de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten

treedt in werking op 30 juni 2017. Net op de valreep is dus het laatste KB dat noodzakelijk is voor de inwerkingtreding van de nieuwe regelgeving overheidsopdrachten gepubliceerd. Vanaf 30 juni 2017 moeten alle opdrachten die worden aangekondigd of waarvoor een uitnodiging tot indiening van een offerte of een aanvraag tot deelneming is ingediend deze nieuwe regels respecteren.

Prof. Dr. Mr. Steven Van Garsse

Mr. Simon Verhoeven

Voor meer info omtrent de nieuwe regelgeving overheidsopdrachten:

steven.vangarsse@eqtr.be

simon.verhoeven@eqtr.be

Nieuw KB plaatsing overheidsopdrachten speciale sectoren gepubliceerd

Vandaag, op 23 juni 2017, is het KB van 18 juni 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de speciale sectoren, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Dit KB zal het KB van 16 juli 2012 plaatsing overheidsopdrachten speciale sectoren vervangen (vanaf 30 juni 2017). Het startschot voor de laatste etappe voor de inwerkingtreding van de nieuwe regelgeving overheidsopdrachten (wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten) op 30 juni 2017 is hiermee gegeven. De publicatie van het KB tot wijziging van de AUR (KB van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken) zal allicht snel volgen. Het KB vindt u hier

Wordt vervolgd.

Antwerpen-Brussel, 23 juni 2016

Prof. Dr. Mr. Steven Van Garsse

Mr. Simon Verhoeven

Wet verplichte verzekering van de tienjarige aansprakelijkheid van aannemers, architecten en andere dienstverleners in de bouwsector van werken in onroerende staat

Op 9 juni 2017 is de wet betreffende de verplichte verzekering van de tienjarige burgerlijke aansprakelijkheid van aannemers, architecten en andere dienstverleners in de bouwsector van werken in onroerende staat en tot wijziging van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect van 31 mei 2017, in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.

Deze wet heeft tot gevolg dat vanaf 1 juli 2018 niet enkel de architect wettelijk verplicht zal zijn om tot het afsluiten van een beroepsaansprakelijkheidsverzekering over te gaan, maar dienen vanaf dan elke aannemer en andere dienstverleners in de bouwsector (landmeters, studiebureaus,..) zich te verzekeren voor hun tienjarige aansprakelijkheid.

Voormelde wet zal in werking treden op 1 juli 2018, met uitzondering van de regels met betrekking tot het tariferingsbureau die al op 1 december 2017 in werking zullen treden.

U treft de tekst van de wet hier.

*** Antwerpen 9 juni 2017 ***

Voor meer info omtrent deze bijdrage, alsook voor vragen omtrent de nieuwe wetgeving kan u terecht bij Equator Advocaten:

Joris LAGEY:                                        joris.lagey@eqtr.be

Evelien BRUYNINCKX:                     evelien.bruyninckx@eqtr.be