Artikel 57 van de Concessiewet nu al gewijzigd

Op 11 augustus 2017 is de wet van 31 juli 2017 houdende diverse financiële en fiscale bepalingen en houdende maatregelen inzake concessieovereenkomsten in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. U treft de wet hier. Deze wet bevat ook een wijziging aan artikel 57 van de Concessiewet van 17 juni 2016. Deze bepaling machtigt de Koning om de algemene uitvoeringsregels omtrent de concessies (waaronder de regels inzake onderaanneming, het nazicht op het ontbreken van uitsluitingsgronden bij onderaannemers, de regels inzake wijziging van de concessies in uitvoering en de regels inzake het einde van de concessie) vast te leggen.

Wanneer de Koning van deze bevoegdheid gebruik maakte, middels het KB van 25 juni 2017 betreffende de plaatsing en de algemene uitvoeringsregels van de concessieovereenkomsten, merkte de Raad van State in zijn advies van 13 juni 2017 op dat de redactie van het oorspronkelijke artikel 57 van de Concessiewet tot rechtsonzekerheid kon leiden. De bepaling liet immers veel ruimte voor interpretatie. Hoewel uit de verhouding met richtlijn 2014/23/EU kan worden geargumenteerd dat de zinsnede “de door Hem te bepalen concessies” enkel betrekking heeft op “het nazicht op het ontbreken van uitsluitingsgronden in hoofde van de onderaannemers”, valt deze reikwijdte onvoldoende af te leiden uit de tekst. De Raad adviseerde om deze betrokken wetsbepaling daarom bij de eerste gelegenheid het best kan worden aangepast om aan die rechtsonzekerheid een einde te maken. Van deze gelegenheid werd gebruik gemaakt bij de wet van 31 juli 2017.

Artikel 57 van de Concessiewet luidt ingevolge de wijziging thans als volgt:

“Art. 57, §1. Voor de concessies die worden geplaatst door aanbestedende overheden en overheidsbedrijven in het kader van hun taken van openbare dienst in de zin van een wet, een decreet of een ordonnantie bepaalt de Koning de algemene uitvoeringsregels, met inbegrip van de regels inzake onderaanneming en, voor de door Hem te bepalen voormelde concessies, de regels inzake het nazicht op het ontbreken van uitsluitingsgronden in hoofde van de onderaannemers alsook de regels omtrent de wijziging van concessies gedurende de looptijd ervan en de bepalingen omtrent het einde van de concessie.

Voor de door Hem te bepalen concessies als bedoeld in het eerste lid, kan de Koning:

1° de keten van onderaannemers beperken overeenkomstig de door Hem te bepalen nadere regels;

2° de voorwaarden inzake de erkenning van aannemers overeenkomstig de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken en haar uitvoeringsbesluiten uitbreiden naar alle onderaannemers van de keten.

Voor de concessies die worden geplaatst door personen die bijzondere of exclusieve rechten genieten of door overheidsbedrijven wanneer deze laatste niet optreden in het kader van hun taken van openbare dienst in de zin van een wet, een decreet of een ordonnantie, bepaalt de Koning, op het vlak van de uitvoering, de regels inzake wijzigingen aan de concessie, onderaanneming en de bepalingen omtrent het beëindigen van de concessie.

§2. Concessies kunnen slechts worden gewijzigd in de door de Koning bepaalde gevallen en volgens de door Hem te bepalen voorwaarden en nadere regels.”

Deze bepaling voorziet dus in een verduidelijking en een concretisering van de aspecten die moeten worden geregeld door de Koning.

De overeenstemming met de Europese richtlijn 2014/23/EU wordt verduidelijkt. Daarbij moet er worden gewezen op het feit dat personen met bijzondere of exclusieve rechten in de speciale sectoren vandaag in het kader van overheidsopdrachten niet zijn onderworpen aan de algemene uitvoeringsregels vervat in de AUR (KB van 14 januari 2013). Hetzelfde geldt voor overheidsbedrijven voor opdrachten die geen betrekking hebben op de taken van openbare dienst in de zin van een wet, een decreet of een ordonnantie. Deze werden in het verleden aangeduid als de private speciale sectoren.

Net als in het kader van overheidsopdrachten zouden de concessies in de private speciale sectoren op het vlak van de uitvoering slechts moeten worden onderworpen aan een beperkt stelsel van regels. De achterliggende idee daarbij is om zich (slechts) te conformeren naar de Europese richtlijn 2014/23/EU. Deze richtlijn bevat namelijk slechts een beperkt aantal bepalingen die gedeeltelijk betrekking hebben op aspecten van de uitvoering van de concessieovereenkomsten, met name inzake de onderaanneming, de wijzigingen aan de concessie en specifieke gronden voor beëindiging van de concessie. Deze liggen vervat in de artikelen 42 tot en met 44 van de richtlijn 2014/23/EU.

Het is dus om bovenvermelde redenen dat het nieuwe artikel 57 Concessiewet voorziet in een meer concrete, weze het meteen beperkte machtigingsbepaling aan de Koning op het vlak van de uitvoering voor de private speciale sectoren.

Deze bepaling is, retroactief, in werking getreden op 30 juni 2017, zijnde de dag van inwerkingtreding van de Concessiewet van 17 juni 2016.

Brussel – Antwerpen, 11 augustus 2017

Prof. Dr. Mr. Steven Van Garsse

Mr. Simon Verhoeven

Voor meer informatie inzake concessies:

Steven.vangarsse@eqtr.be

simon.verhoeven@eqtr.be